|
Beleggen deel II: Opties
Rik van Boxtel & Jasper Winkes
Gefeliciteerd, aangezien u dit leest is de kans groot dat u een Werktuigbouwer in opleiding bent. U wordt dus een schaars goed en zoals dat met alle schaarse goederen zit wordt u dus ook duur. Ergo u gaat veel verdienen. Maar wat nu te doen met al die poen? Wederom staat Rhetoricadispuut Tau u terzijde met weer een nieuwe staut, ditmaal over de beurs en het beleggen. Deze tweede aflevering gaat over opties. In 'Staut' van Simon Ster 35.4 heeft u kunnen lezen over de geschiedenis van de effectenbeurs. Daarnaast zijn de begrippen 'aandeel' en 'obligatie' nader toegelicht. U weet nu onder andere wat een aandeel is en dat er verschillende obligaties zijn. Wat we u nog niet verteld hebben, is dat er nog tal van andere producten op de beurs te verhandelen zijn. Deze Staut tracht dit hiaat te dichten. Er is meer...Er zijn verschillende financiele producten verhandelbaar op de beurs. Bezit men een aandeel, dan is men voor een (klein) gedeelte eigenaar van het betreffende bedrijf. De koers van zo'n aandeel zal dus van waarde veranderen, mede afhankelijk van hoe het bedrijf er voor staat óf voor zal gaan staan. Normaal gesproken zal de koers niet sterk veranderen op de korte termijn. Met een bedrijf waar het vandaag nog goed mee gaat, zal het morgen ook wel goed gaan. Men zal een bedrijf niet van de ene op de ander dag anders gaan waarderen. Beursgenoteerde bedrijven zijn verplicht hun cijfers te publiceren, opdat men goed inzicht in het bedrijf kan krijgen. Grote veranderingen kan men dan ook vaak zien aankomen. Voor wie dit allemaal wat saai en voorspelbaar is, is er de 'optie'. OptiesVoordat u bijvoorbeeld een reis boekt of een huis koopt dan kunt u daar een optie op nemen. Dit betekent dat u met bijvoorbeeld de reisorganisatie afspreekt dat u het recht krijgt om, binnen een bepaalde periode, de reis tegen een vooraf bepaalde prijs te mogen kopen. De reisagent verplicht zich dan de reis aan u te leveren tegen de afgesproken prijs. U hoeft geen gebruik te maken van de optie, maar de reisorganisatie is wel verplicht de reis aan u te verkopen als u van de optie gebruik maakt. Met aandelenopties is het vergelijkbaar. Een optie is een overeenkomst tussen twee partijen die voor de ene partij de plicht meebrengt te kopen óf voor de andere partij de plicht te verkopen. Callopties
Er zijn twee soorten opties: 'callopties' en 'putopties'. Callopties zijn aankooprechten, waarbij de koper van zo'n optie het recht verwerft om het onderliggende aandeel tegen een bepaalde prijs te kopen. Er moet natuurlijk ook een tegenpartij zijn die de optie verkoopt, dit wordt de 'schrijver' genoemd. De schrijver heeft de plicht het aandeel te verkopen tegen de overeengekomen prijs, de 'uitoefenprijs', zodra de houder van de calloptie hem hierom verzoekt. Een optie is te verkrijgen door een premie te betalen aan diegene die de optie schrijft. Op de vervaldag (de afloop- of expiratiedatum) van de optie kan de houder van de optie het recht uitoefenen. Hij kan dan het aandeel kopen of verkopen tegen de vastgestelde prijs. PutoptiesBij het kopen van een calloptie verwerft men het recht te kopen, bij de putoptie verwerft men dan het recht te verkopen. De koper van een putoptie heeft het recht om het aandeel te verkopen tegen de uitoefenprijs. De schrijver ervan heeft de plicht de onderliggende waarde van de optie tegen die prijs te kopen, zodra de houder van de putoptie hierom vraagt. Voor een optie heeft men dus twee partijen nodig, de optiebeurs brengt deze bij elkaar. Omdat de beurs als intermediair optreed en onmiddellijk handelt, is het feitelijk niet bekend wie de tegenpartij is. De optiebeurs zorgt ervoor dat er van het recht gebruik kan worden gemaakt en zorgt ervoor dat de schrijver gevonden wordt. De leiding van de beurs zal dus een schrijver aanwijzen om aan de leveringsplicht te voldoen. Dit gebeurt willekeurig. StandaardisatieOm de handel in opties te bevorderen is een optiecontract gestandaardiseerd in een aantal voorwaarden. De gestandaardiseerde voorwaarden hebben betrekking op de volgende drie punten:
Als u de krant openslaat of teletekst raadpleegt, dan ziet u op de financiele pagina een
overzicht van de koersen van onder andere opties. Op het eerste gezicht ziet het er als
hocus-pocus uit, maar daar komt verandering in.
Om maar bovenaan te beginnen, daar ziet u het volgende staan: Voor de eerste komma treft u de drieletterige code aan voor het onderliggende fonds. In dit geval ABN Amro Bank. De C die daarop volgt staat voor Call en zo staat een P voor Put. Achter de tweede komma ziet u de expiratiedatum, in dit geval 17 september 2004. Dit is inderdaad de derde vrijdag van de maand. Het laatste getal geeft de uitoefenprijs aan. De houder van deze optie heeft dus het recht om op 17 september 100 aandelen voor €15,- per stuk te kopen. Achter deze aanduiding staat ergens de koers. Dit is de prijs waarvoor u de optie kunt kopen of verkopen op dat moment. Ook staan er kolommen met bied- en laat-koersen. In het kort kunt u er vanuit gaan dat als u een optie wilt kopen u de laatkoers betaalt en als u verkoopt, de biedkoers. Als u daarna weer van uw optie af wilt dan betaalt of ontvangt u de andere koers. KoersvormingDe prijs of koers van een optie is van een aantal factoren afhankelijk. Dat zijn de intrinsieke waarde en de tijd- en verwachtingswaarde. De intrinsieke waarde van een optie is het verschil tussen de beurskoers van het aandeel en de uitoefenprijs. Een voorbeeld: Als de beurskoers van het aandeel Heineken € 30 is en de calloptie een uitoefenprijs heeft van € 25 dan heeft de optie een intrinsieke waarde van € 5. Voor een putoptie is dit tegenovergesteld. Een putoptie heeft dus pas intrinsieke waarde wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de beurskoers. De tijds- en verwachtingswaarde van een optie komt in de prijs van een optie tot uitdrukking door het verschil tussen de intrinsieke waarde en de optieprijs (de prijs die men op de beurs vraagt voor een bepaalde optie). De tijds- en verwachtingswaarde komt tot stand door vraag en aanbod. De factoren die hieraan ten grondslag kunnen liggen zijn o.a.: de liquiditeit van de markt, de beweeglijkheid ('volatiliteit') van het aandeel, de resterende looptijd van de desbetreffende optie en de emoties die spelen in de markt. Wanneer er op de beurs een prijs van € 7 wordt gevraagd voor de optie uit het genoemde Heineken voorbeeld, dan heeft de optie dus een tijds- en verwachtingswaarde van € 2, want de intrinsieke waarde is € 5 en dus is het verschil hiertussen € 2. Men verwacht dus eigenlijk dat het aandeel Heineken op de expiratiedatum € 2 in prijs gestegen zal zijn. Call of put?Een calloptie koopt u omdat u denkt dat de aandelenkoers zal stijgen. Op de expiratiedatum heeft u namelijk het recht om aandelen te kopen tegen een afgesproken prijs. Als de prijs op de beurs op dat moment hoger is dan die afgesproken prijs, dan maakt u natuurlijk graag gebruik van dat recht. U koopt namelijk aandelen tegen een lagere prijs dan waartegen u ze weer kan verkopen. Is de actuele koers lager dan de uitoefenprijs dan laat u het recht schieten. U bent dan alleen de premie, het geld dat u betaald heeft voor de optie, kwijt. Bij een putoptie is het net anders om. Daarbij speculeert u op koersdaling. Als het aandeel in waarde daalt dan kunt u deze goedkope aandelen verkopen tegen de vooraf afgesproken, dus hogere, prijs. Als u opties koopt dan heet dit ook wel 'long gaan' Bij het verkopen of schrijven (ook wel 'short gaan' genoemd) van opties bent u de tegenpartij. U beslist dus niet over het uitoefenen. U hebt geen recht maar een plicht! Dit is dus veel gevaarlijker. Uw verlies is dan niet beperkt tot de premie die betaald wordt, maar tot de koersstijging of daling. Omdat het over veel aandelen ineens gaat kan dit hoog oplopen. U loopt dus het risico om veel geld te moeten betalen. Het is dan ook niet aan te raden dit te doen zonder daarbij aandelen of andere opties van het fonds te hebben. Schrijven van opties gebeurt daarom veelal in optieconstructies. Dit zijn combinaties van verschillende opties en aandelen. | ||
| ||
Europees of AmerikaansBij een optie Europese stijl is het, zoals verteld, alleen mogelijk de optie uit te oefenen op de afloopdatum. Uiteraard kunnen openstaande posities wel tussentijds van de hand worden gedaan, ook wel 'sluiten' genoemd. Opties Amerikaanse stijl kunnen op elk moment worden uitgeoefend door de koper. Afhandeling bij uitoefening van opties kan op twee manieren: door fysieke levering of door verrekening in contanten. Bij fysieke levering krijgt men de aandelen geleverd tegen de uitoefenprijs. Bij contante verrekening wordt het verschil tussen de uitoefenprijs en de aandelenkoers contant verrekend. WarrantsNaast opties zijn er andere effecten die te maken hebben met recht op kopen van andere effecten. Voorbeelden zijn 'warrants' en 'futures'. Warrants zijn effecten die het recht geven om in de toekomst een onderliggende waarde te kopen of verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs. De periode is vooraf contractueel bepaald. Warrants lijken wat dat betreft dus sterk op opties. Bij een optie gaat u met iemand anders een overeenkomst aan. Als u een warrant koopt dan gaat u een overeenkomst met een bedrijf aan. Het bedrijf is altijd de schrijver van de warrant. U als belegger kunt dus alleen warrants kopen. Net als bij opties kunnen dit zowel call als put warrants zijn. Er zijn twee soorten warrants: ongedekte en gedekte warrants. De eerste worden meestal uitgegeven door een onderneming die, bij uitoefening van de warrant, nieuwe aandelen zal uitbrengen. Gedekte warrants worden uitgegeven door gespecialiseerde bedrijven en zijn op basis van bestaande effecten. De onderliggende waarde kan een aandeel, index, wisselkoers, etc. zijn. U kunt op deze manier speculeren op waarden die anders moeilijk te bereiken zijn, zoals indexen of andere mandjes met aandelen. Net als opties brengen warrants grotere risico's dan aandelen met zich mee. Een paar procent stijging of daling van de onderliggende waarde brengt een (veel) grotere verandering in de koers van de warrant met zich mee. Ook zijn er Amerikaanse en Europese stijl warrants die hetzelfde verschil hebben als de opties. Termijncontracten
Een termijncontract heet ook wel future en deze kunt u afsluiten met een andere partij om later zaken mee te doen. Het gaat het dus om afspraken om in de toekomst bepaalde goederen te kunnen kopen of verkopen tegen een afgesproken prijs. Boeren maken hiervan gebruik. Ze kunnen risico's beperken door vooraf hun waren tegen een vaste prijs aan te bieden, gaat de prijs omhoog dan lopen ze inderdaad een extra winst mis, blijft de prijs van de oogst echter bedroevend laag dan zal er toch een vooraf afgesproken prijs kunnen worden geïnd. Zo zijn er bijvoorbeeld aardappel, graan en suikerbieten termijncontracten. Ook in goud, staal of olie worden veel termijncontracten verhandeld, wel zo makkelijk als je als plasticproducent met de hevig fluctuerende olieprijzen, de producten tegen een vaste prijs wilt kunnen aanbieden. Vloeibaar dividendHandelen in opties is dus veel extremer dan handelen in aandelen. Bij aandelen bent u eigenaar van een bedrijf en krijgt u vaak een deel van de winst uitgekeerd, het dividend. Bij handelen in opties gaat het om koersveranderingen van veelvouden van honderd aandelen. Dit kan erg hard gaan en voor u het weet is uw geld verdubbeld of geheel verdampt. Verdampen doet vloeibaar dividend niet zo snel, want in 'beleggen deel 1' van Ster 4 heeft u kunnen lezen dat vloeibaar dividend equivalent is aan bier. Opties bieden geen dividend, het is immers niet meer dan een contract. Voor de liefhebbers van bier, om ook voor vloeibaar dividend in aanmerking te komen moet u dus aandelen kopen. In de tekst werd als onderliggende waarde van een optie telkens een aandeel beschouwd. Ook op valuta, grondstoffen, obligaties etc. kan men opties nemen. Voor mensen die meer willen doen met opties, leest u de volgende keer in de Simon Ster over optieconstructies.
Publicatie verschenen in Simon Ster 35.6
Onderdeel van de website van Rhetoricadispuut Tau |