|
Uit het water gegrepen
Peter-Jan van den Broek & Jasper Winkes
Na u de vorige keer wat geleerd te hebben over de borreletiquette gaan we ditmaal een poging wagen om u iets bij te brengen over al het moois dat de zee u te bieden heeft. Hierbij slaan we de vis gemakshalve even over. Schaaldieren
Helaas zal voor het gros van u het eten van schaaldieren beperkt blijven
tot de kerst wanneer u een traditioneel kopje Hollandse garnalen met
whiskeysaus naar binnen lepelt en dat is jammer. Want schaaldieren hebben
u zoveel meer te bieden. De garnaal
De garnaal zoals die in Nederland het meest bekend is de Hollandse garnaal, of zoals onze zuiderburen zeggen: de grijze garnaal. Deze garnalen, eigenlijk algemeen bekend als de Noordzee garnaal omdat hij ook gewoon door andere landen aan de Noordzee gevangen wordt, zijn een seizoensgebonden product. Ze worden direct na de vangst aan boord gekookt en dan direct diepgevroren. Dit pellen is nog steeds heel erg arbeidsintensief en gebeurt daarom in lage lonen landen, waaronder Marokko. U moet daarom niet raar opkijken dat de garnaal op uw bord op dat moment al enkele duizenden kilometers heeft afgelegd terwijl hij slechts enkele kilometers verderop gevangen kan zijn. Een andere bekende garnalensoort is de tijgergarnaal, deze garnaal bekend om de strepen die na het koken van de garnaal op het vlees hiervan achterblijven, wordt voornamelijk gekweekt in landen als Thailand en Indonesie. De tijgergarnaal leent zich uitstekend om goed te bakken en doet het ook op de BBQ erg goed. Krabben
De bekendste krab, de Noordzeekrab, wordt eveneens in, u raadt het al, de Noordzee gevangen. Deze krab die een kleine 25 centimeter groot kan worden beschikt over 8 poten en twee stevige scharen. Vaak worden deze krabben al aan boord gekookt en diepgevroren. Ze zijn vooral in het voor- en najaar goed verkrijgbaar. Vooral de vlezige scharen zijn erg gewild en zijn daarom ook los te koop. Deze dienen met een tang of een notenkraker te worden gesloopt om het vlees eruit te halen. De krab die u in blikjes koopt is geen Noordzeekrab maar een koningskrab, ook wel bekend als de Kamtsjatkakrab en is eigenlijk meer een kreeftachtige dan een krab. Kreeft
In een beetje restaurant staren ze u bij binnenkomst vanachter het glas al aan: kreeften. Op zich is het eten van kreeft een vermakelijke bezigheid, u kiest het beest uit en het personeel mag een poging wagen om deze uit de bak te vissen. Het is daarom ook zaak om de moeilijkst bereikbare kreeft uit te zoeken. Na de onvermijdelijke vangst wacht de kreeft nog een kort bad in kokend water of een tweedeling waarna de kreeft op het pantser op de grill kan. Na het koken is het pantser van een kreeft mooi helrood geworden, dit komt door het vrijkomen van rode kleurstoffen uit het eiwit in het pantser. Het beste vlees zit wederom in de scharen en is stevig en fijn van smaak.
Langoest en langoestines
Deze twee schaaldieren hebben iets van de kreeft weg, maar genieten niet dezelfde bekendheid. Groot verschil tussen de langoest en de kreeft is dat een langoest in plaats van scharen twee lelijke voelsprieten heeft. De langoestine heeft iets weg van een kleine kreeft maar zal niet groter worden dan 20 cm. (exclusief scharen). WeekdierenDit is een zeer grote groep dieren en bestaat uit vijfklassen: koppotigen (inktvissen), buikpotigen (slakken), plaatkieuwigen (oesters en mosselen), en nog twee kleinere groepen (Amphineura en Scaphopoda). Aangezien vooral rond de plaatkieuwigen een geheel eigen culinaire stroming is ontstaan zal deze hieronder apart worden besproken. En omdat het thema van deze Simon Ster "water" zal hier ook de klasse van de slakken (die voornamelijk op het land voorkomt) niet bespreken. Resteert ons dus de grootste groep; de inktvissen. Van alle weekdieren zijn de inktvissen het hoogst ontwikkeld. De inktvissen of koppotigen hebben een heel krachtig voortbewegingsapparaat en een sterk ontwikkeld zenuwstelsel. Van hun schelp is alleen nog maar een inwendig platte schijf overgebleven, die dienst doet als steunskelet. En bij de octopus (achtarmige) is de schelp helemaal verdwenen.
SchelpdierenMossel
De Mossel is wel het bekendste schelpdier van allemaal. Bekend van haar zwarte schaal met het gelige vlees. De mossel kan rauw gegeten worden (moules parquées) maar wordt doorgaans gekookt, gefrituurd of gebakken. De mossel groeit op zogenaamde mosselbanken waar ze zich met draden, de zogenaamde byssusdraden, aan vasthechten. De mossel groeit zowel in de Oosterschelde als in de Waddenzee, maar omdat alle mosselen naar de Oosterschelde worden overgebracht om daar het zand eruit te spoelen worden eigenlijk alle Hollandse mosselen Zeeuwse mosselen genoemd. Verder zijn er ook nog kleine mosselen uit Frankrijk en de kleine Spaanse mosselen, zoals gebruikt in de paella, erg bekend.
OesterGeregeld wordt de oester als een afrodisiacum gezien, wat zoveel betekent als dat je er geil van zou worden. Alhoewel het slurpen van oesters bepaalde erotische associaties met zich mee kan brengen is hiervoor geen bewijs gevonden. Dit neemt echter niet weg dat u van dit placebo-effect, wat zich wonderwel voornamelijk bij vrouwen voordoet, dankbaar gebruik kunt maken. Er zijn twee typen oesters te onderscheiden, de platte en de Zeeuwse oester. De Zeeuwse oester is te herkennen aan de grillige vorm en is aanzienlijk goedkoper dan de platte oester. Dit aangezien de Zeeuwse oester al na 3 jaar geschikt is voor consumptie en de platte oester is dit pas na 6 jaar. Oesters zijn hermafrodiet en kunnen dus zichzelf voortplanten, de platte oester wisselt van geslacht na elke zaadlozing terwijl de holle oesters na elke bevruchtingsperiode van geslacht wisselen. Van juli tot maart zijn oesters goed verkrijgbaar. Een oester openen gaat als volgt:
Sint Jacobsschelp
Een ander bekend schelpdier is de Sint Jacobsschelp. Deze schelpen met een grootte van 12 tot wel 17 cm groot voor bepaalde soorten zijn op de zomer na heel het jaar te krijgen. De inhoud, de Sint Jacobsnoot is zowel diepgevroren als vers te koop, de schelpen voornamelijk los. Lekker om kort te grillen in de schelp of om kort te bakken. | ||||||||||||||||||||||
|
Publicatie verschenen in Simon Ster 36.5
Onderdeel van de website van Rhetoricadispuut Tau |