|
Protagoras
Het gaat er niet om wie gelijk heeft, maar wie gelijk krijgt
Henk van den Berg
Rond 470 v. Chr. vindt er een verschuiving plaats in Griekenland. Na jaren van oorlog tegen het expanderende Perzische Rijk, boeken de Grieken onder aanvoering van stadstaat Athene twee grote overwinningen. Eerst op het land in Marathon (490 v. Chr.) en later de
In de beginperiode van de Atheense democratie spelen de sofisten een belangrijke rol. Sofisten, "leraren tot wijsheid", waren rondtrekkende geleerden die hun brood verdienden met het geven van lessen.
Protagoras is de bekendste van de sofisten. Hij werd geboren rond 480 v. Chr. in Abdera. Over zijn jonge jaren is maar weinig bekend. Het meeste dat we over hem weten, stamt uit de periodes dat hij in Athene was. In deze tijd was hij zeer politiek betrokken en alom geroemd vanwege zijn kennis en kundigheid. Hij hielp Pericles, de belangrijkste leider van Athene in de gouden tijd, bij morele problemen en hij stelde wetten op voor de Atheense kolonie Thurii. Waar Protagoras echter het meest bekend om geworden is, is zijn rijkdom. Door zijn populariteit verdiende hij een fortuin aan het geven van lessen aan aankomende politici. Plato zei dat Protagoras meer geld verdiende dan Philias en tien andere steenhouwers. Protagoras stierf in 411 v. Chr. toen hij op weg naar Sicilië met boot en al verdween. De filosofie van Protagoras, en van de meeste sofisten, stelde niet erg veel voor, maar is interessant omdat ze een nieuwe richting inslaan. De hele filosofie kan samengevat worden in de belangrijkste uitspraak van Protagoras: "De mens is de maat van alle dingen". Met "de mens" bedoelt hij hier niet de mensheid, maar elke individuele mens op zich. Met "de maat van alle dingen" bedoelt hij de standaard van de waarheid van alle dingen. Elk individu is de standaard van wat waar is voor hem zelf. Wat waar is voor de één kan complete onzin zijn voor de ander. Hierdoor verwerpen de sofisten de klassieke gedachte van een gescheiden ziel en rede. Alles is gerelateerd aan het gevoel van elke persoon op zich. Doordat de sofisten vaak veel reisden konden ze ook verschillen onderscheiden tussen de culturen van de stadstaten. Ze hielden zich bezig met de vraag wat door de natuur bepaald was en wat door de maatschappij gemaakt was. Ze zetten hun vraagtekens bij begrippen als "natuurlijke preutsheid". In sommige culturen is het normaal om naakt te zijn, maar in andere culturen is er altijd sprake van een bepaalde preutsheid. De vraag is dus of er sprake is van natuurlijke preutsheid of van aangeleerde preutsheid. Zo brachten de sofisten in Athene discussies op gang over de maatschappij, met als kern dat het niet mogelijk is om absolute normen voor de waarheid, en dus voor goed en fout, te definiëren. Immers, die zijn voor ieder individu anders. Ook typerend voor de manier van denken van Protagoras is de manier waarop hij over de goden spreekt. Protagoras was een agnosticus, iemand die niet zeker weet of er wel een god is. Dit blijkt duidelijk uit de openingszin van een van zijn bekendste boeken, "On the Gods". Hij schrijft: "De goden respecterend, kan ik niet weten of zij bestaan of niet". Er is geen absoluut criterium te vinden waaruit blijkt dat er goden bestaan. Net zoals er geen absoluut criterium te vinden is waaruit blijkt dat naakt over straat lopen verkeerd is. Deze scepsis komt terug bij alle sofisten wanneer zij over de belangrijke levensvragen nadenken. Overigens was de Atheense politiek niet zo blij met zijn uitspraken over de goden. Protagoras werd beschuldigd van goddeloosheid en als straf werden zijn boeken verbrand.
Onderdeel van de website van
Rhetoricadispuut Tau
|